Voor Emile Vanbiervliet lijkt 1914 een heel goed jaar te zullen worden. Zijn handel in mengsels van veevoeder is zo goed dat hij klanten heeft in een tiental omliggende dorpen, en hij is een van de weinige mensen in de streek met een auto. Zijn naaste buur, Henri Masquelin, is dan weer een van de enige mensen in het dorp met een telefoon (zijn telefoonnummer is "002").
De boeren betalen een keer per jaar hun schulden aan de smidse. Dit doen ze als zij zelf geld hebben, wat ze onder andere verdienen door tabak te oogsten en te verkopen aan Henri Masquelin. Deze betaalt de boeren en vertelt Emile wie al geld gekregen heeft, zodat hij op zijn beurt zijn geld kan gaan innen. Dit gebeurt normaal op Sint-Elooi, 1 december.
Die zomer breidt Emile de zaken nog wat uit: hij bouwt een varkensstal waarin plaats is voor 200 varkens. Dat aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk-Hongarij op 28 juni vermoord was choqueerde de mensen, maar niemand dacht dat dit het begin zou zijn van zo'n verschrikking.
De moord zet een hele keten van reacties in gang, waarbij uiteindelijk Duitsland via Luxemburg en België (en oorspronkelijk ook Nederland) Frankrijk wil aanvallen. Op 4 augustus overschrijden de eerste Duitse troepen de grens met België.