U bent hier: HomeGeschiedenisAubert-TilloDe Pers → De Weekbode, Editie Roeselare

Pater Aubert-Tillo van Biervliet in Brugge overleden

Gits rouwt om 'Dom Tillo'

Ook al woonde hij er al meer dan 65 jaar niet meer, toch heeft Gits met het heengaan van pater Aubert-Tillo van Biervliet een van zijn bekendste en meest eminente ‘ingezetenen’ verloren. Hij bleef ook verknocht aan zijn geboortedorp en ‘Gits aan de spits’ was en bleef zijn leven lang zijn lijfspreuk. Vorige week vrijdag 18 november is Dom Tillo - zoals velen hem kenden - overleden.

We wisten dat het niet zo best meer met hem ging. Deze zomer hebben we hem nog bezocht in het ziekenhuis, waar hij verbleef, nadat hij in april door een hersenbloeding getroffen was. Hij was licht verlamd maar zijn geest was weer helder. Hij vertrouwde ons toen toe dat hij hoopte zijn laatste levensdagen in het rustoord in Gits te kunnen slijten, maar het werd hem niet gegund. In augustus werd hij opgenomen in het rust- en verzorgingstehuis Sint-Jozef in Sint-Michiels-Brugge, waar hij overleed. Een laatste keer was hij in het openbaar te zien op 18 september, toen hij in een rolstoel nog - met de bisschop - kon concelebreren tijdens de feestmis voor 50 jaar parochie in Steenbrugge en waar hij nog werd gehuldigd. Hij was op de parochie 20 jaar (mede)pastoor geweest.

Drie moeders...

Als Aubert van Biervliet werd hij op 18 februari 1920 geboren. Hij was de oudste zoon van gemeentesecretaris Paul van Biervliet (1891-1972) en Lucienne Carpentier (1888-1925). Daarna volgde zijn zus Jeanne-Marie, die in 1951 op slechts 28-jarige leeftijd overleed. Ze was getrouwd met wijlen apotheker Robert Pylyser en woonde in Eernegem. Aubert was amper vijf, toen zijn moeder overleed. In 1927 hertrouwde vader Van Biervliet met Andrea Chys. Er volgden nog twee kinderen. Elmar was de laatste burgemeester van Gits was en overleed in mei vorig jaar. Gudrun, die in het Dominiek Savio-instituut heeft gewerkt, woont nog altijd in het ouderlijk huis in de Stationsstraat samen met haar moeder Andrea Chys, die op 11 november 98 geworden is! Tot begin dit jaar kwam Dom Tillo er steevast wekelijks op donderdag op bezoek. Nooit wilde hij het woord ‘stiefmoeder’ horen. Hij zei altijd dat hij drie moeders had: zijn moeder, zijn tweede moeder en Onze-Lieve-Vrouw, voor wie hij een grote verering had. Zo trok hij onder meer nog op bedevaart naar Medjugorje.
Zich verplaatsen deed Dom Tillo vroeger veelal liftend, om naar zijn moeder in Gits te komen of bijvoorbeeld naar de IJzerbedevaart, waar hij zolang mogelijk jaarlijks trouw op post was. Ook toen de meeste paters burgerkleding gingen dragen, bleef hij zweren bij de pij. Hij gaf toe dat hij zo als lifter ook vlotter meegenomen werd. “Wie stopte, was een heer of een dame, wie doorreed een vent of een wuuf”, zei hij soms met zijn bekende kwinkslag.

Over het stevenisme en nog veel meer

Dat pater Aubert-Tillo uitermate gehecht was aan zijn geboortedorp, bewijzen zijn talloze publicaties, boeken en artikels. Over de Mariaverering in Gits bracht hij in 1954 een boekje uit dat nog in veel Gitse boekenkasten bewaard wordt. Hetzelfde geldt uiteraard voor zijn misschien wel belangrijkste werk ‘Het Stevenisme in West-Vlaanderen’ (1966). Hij was trouwens zelf een achterneef van Pieter-Jan Van Canneyt, leider van de godsdienstige afscheuring ten tijde van Napoleon. Voor onder meer het Milactijdschrift ‘Gits aan de spits’ - ook zíjn lijfspreuk! - schreef hij vele bijdragen rond de geschiedenis van Gits en nu nog verschijnt daar een rubriek over Gitse plaatsnamen. In 1972 bracht hij ‘Gits in oude prentkaarten’ uit en werkte ook mee aan het boek ‘Gits door de eeuwen heen’ (1985).
Ook in De Weekbode verschenen vroeger bijdragen van zijn hand. Vlaamsgezind in hart en nieren, was hij ook geboeid door de figuur van Albrecht Rodenbach. Vorig jaar klom hij nog in de pen en schreef een lezersbrief met een pleidooi om de Rodenbachbank op de Gitsberg in ere te herstellen tegen het Rodenbachjaar 2006... Andere bijdragen gingen vooral over geschiedenis en bekend zijn zijn vele artikels over heiligen, onder meer in het parochieblad.

Tegenstander van de fusies

Toen hij in 1938 - na zijn middelbaar onderwijs aan het Klein Seminarie in Roeselare - bij de benedictijnen in Steenbrugge binnentrad, moest hij niet lang nadenken om een kloosternaam te kiezen: het werd Dom Tillo van Biervliet, naar de apostel van Gits. Later werd die kloosternaam minder gebruikt, maar zowat iedereen bleef hem kennen als Dom Tillo. Als Gitsenaar heeft hij ook de fusie met Hooglede nooit kunnen verkroppen.
Over zijn geboortedorp verzamelde hij een rijk archief dat intussen, gelukkig, in Gits berust bij de naar hem genoemde Stichting Aubert-Tillo van Biervliet die in 1997 werd opgericht.
Als monnik bracht hij het grootste deel van zijn leven door in de Sint-Pietersabdij in Steenbrugge, waar hij ook vele Gitsenaars op bezoek kreeg. Hij mocht er vorig jaar nog zijn diamanten priesterjubileum vieren: twee weken na zijn priesterwijding droeg hij op 30 juli 1944 in Gits zijn eremis op.
Met Aubert-Tillo van Biervliet verliest Gits een onvergetelijk en groot figuur, wiens verdiensten later misschien nog meer dan nu zullen worden ingeschat. De uitvaartdienst heeft donderdag plaatsgehad in de abdijkerk van Steenbrugge.

Wijlen pater Aubert-Tillo van Biervliet (85): een groot Gitsenaar ging heen.