U bent hier: HomeGeschiedenisDe Groote Smisse → Het gehucht “d'Oude Cruyseecke”

Rond de Groote Smisse stonden nog een drietal andere gebouwen, met enkele kleine huisjes errond. Zo'n 150 meter verder stond ook nog een grote hoeve.

Het gehucht d'Oude Cruyseecke

De smidse stond in het gehucht d'Oude Cruyseecke, langs de weg die van het Kruiseke naar het noorden loopt. Het gehucht stond op het kruispunt van de huidige Kruisekestraat (nu de N303) en de oude weg van Ieper naar Menen. Van het kruispunt naar Ieper is dat de Doornkapelstraat, en de weg aan de andere kant, naar Menen, is de Oude Ieperweg.

Op dat kruispunt was een klein pleintje, ongeveer 25 m2, een zogenaamde knook of cnoke/cnocke. Op dat pleintje stond een eik met een kruis, in de volksmond een “gekruiste eik”, en een ronde waterput met een groene pomp.

De Groote Smisse lag op het kruispunt in de zuidoostelijke hoek.

Toen de weg na de Eerste Wereldoorlog heraangelegd werd, werd het pleintje weggelaten, en de straat rechtgetrokken. Daarom is de huidige lokatie van de smisse aan de westkant van de weg, terwijl het oorspronkelijk aan de oostkant lag.

De Groote Smisse op een kaart gebaseerd op de Popp-kaart (1842-1854).
Drie kaarten met de locatie van de Groote Smesse.

”Plak en stak“

Het gehucht bestond uit enkele kleine huisjes, en vier functionele gebouwen:

Op de hoek van de huidige Kruisekestraat met de Doornkapellestraat bevond zich de herberg-hoeve ”d'Oude Cruyseecke“, op de hoek van de Kruisekestraat en de Oude Ieperweg, de herberg ”Cleen Cruyseecke“ en langs de Kruisekestraat, aan het kruispunt van de Oude Ieperweg en de Doornkapellestraat, lot 113[1], ”De Groote Smesse“. Ongeveer 150 m in de Doornkapellestraat, rechts van de weg hadden we dan de grote hoeve: ”De Klokkehoeve“, beter gekend als ”De Blauwe Poorte“. [...]

Wanneer we ons op het kruispunt van de Oude Ieperweg en de Doornkapellestraat plaatsen, zien we dat de weg vóór de herberg “d'Oude Kruiseecke” een soort uitsteeksel (knook of cnoke) vormde, eigenlijk een pleintje. Daar stond een eik met kruis, in de volksmond “gekruiste eik”. [...] Eromheen verspreid bevonden zich nog een 15-tal huisjes in plakwei of plak en stak[2]. De meeste bewoners werkten als dagloner en verdienden rond de 50 centiemen daags. De landbouw was de grote werkverschaffer.

Deze beschrijving werd opgetekend in 1913, en komt van Rosalie Becquart, geboren in 1820. Haar ouders vestigden zich in 1830 in het gehucht.

Niet iedereen werkte in de landbouw. Zo waren er bezembinders die bezems voor huishoudelijk gebruik vervaardigden. De ambachtslieden maakten veeg- en pottenbezems voor binnenshuis, met stengels van huttentutplanten [3], en bezems voor buitenshuis, met berkentwijgen. De vrouwen verdienden iets bij als spinster of spellewerkster[4].

De baan naar Kruiseke

Rond 1700, toen Diederick Woestyn[5] meester-hoefsmid was in de Groote Smisse, lag de smidse nog aan de oude, middeleeuwse weg. Reeds in 1625 kregen de provincies, kasselrijen, steden en gemeenten de toelating om wegen open te stellen en tolrechten te heffen.

De grootste doorbraak kwam echter onder het Oostenrijks bestuur, tussen 1715 en 1792, wanneer de provinciale besturen nieuwe wegen moesten aanleggen en zelf de kosten op zich namen. De baan aan de smidse werd waarschijnlijk na 1777 heraangelegd, aangezien ze op de Ferrariskaart uit dat jaar nog altijd niet recht was.

Herberg d'Oude Cruyseecke

Bronnen, noten en/of referenties

Alle informatie op deze pagina's komt uit het artikel Het gehucht “d'Oude Cruyseecke” van de hand van Raoul Masschelein. Het artikel verscheen in het “Jaarboek 2017” van de Stedelijke Oudheidkundige Commissie Wervik.

[1] In de oorspronkelijke tekst, overgenomen door Raoul Masschelein, staat lot 131, maar dit bevindt zich ergens anders. Het juiste lot is wel degelijk lot 113.

[2] Huizen in plak en stak, of in plakwei, zijn houten constructies waarvan de muren bestonden uit een dubbele rij planken opgevuld met klei en gedroogd gras, meestal met strooien daken en zonder vloer.

[3] Huttentut, ook dederzaad, vlasdodder, of vlasdotter genoemd, is een plant uit de kruisbloemenfamilie met een gele bloem. gekweekt voor de olierijke zaden.

[4] Spellewerken is kantwerken met behulp van spelden.

[5] Zie verder in het stuk over De Groote Smisse.

[6] In de oorspronkelijke tekst, overgenomen door Raoul Masschelein, staat lot 131, maar dit bevindt zich ergens anders. Het juiste lot is wel degelijk lot 113.

[7] Huizen in plak en stak, of in plakwei, zijn houten constructies waarvan de muren bestonden uit een dubbele rij planken opgevuld met klei en gedroogd gras, meestal met strooien daken en zonder vloer.

[8] Huttentut, ook dederzaad, vlasdodder, of vlasdotter genoemd, is een plant uit de kruisbloemenfamilie met een gele bloem. gekweekt voor de olierijke zaden.

[9] Spellewerken is kantwerken met behulp van spelden.